Ga naar hoofdinhoud

Jannie van der Zee (vrijwilliger bij de Wiken in Drachten), Greetje van der Leest (social worker bij ZuidOostZorg) en Yvonne Voerknecht (projectleider bij ZuidOostZorg) delen hun ervaringen.

Greetje benadrukt hoe ingrijpend de zorg verandert. “We maken steeds meer gebruik van samenredzaamheid: wat bewoners zelf kunnen is het uitgangspunt, ondersteund door passende (zorg)technologie, samenwerking met vrijwilligers, het sociale netwerk en de wijk. Deze beweging vraagt een gedragsverandering van iedereen. Vrijwilligers merken dat hun rol daarin verandert; ze staan niet meer naast de organisatie, maar zijn steeds meer onderdeel van het team. Onze missie is dat bewoners bij ons zo thuis mogelijk wonen. Dat betekent dat hun wensen, gewoontes en dagelijkse ritme leidend zijn — niet onze zorgstructuur. Het doen van huisbezoeken en het voeren van open gesprekken helpen ons hierbij. Zo bewegen we van ‘kwaliteit van zorg’ naar ‘kwaliteit van leven’.”

Zelf (laten) doen

Jannie: “Ik was verpleegkundige, dus verwennen en zorgen zit me in het bloed. Ik vond het in het begin best lastig om anders te werken. Ik moest de handen op mijn rug doen en niet meteen de handen uit de mouwen steken. Bijvoorbeeld ‘s ochtends bij de koffie: waar ik normaal gesproken iedereen een beetje in de watten legde, wacht ik tegenwoordig af wat iemand kan, al is het maar zelf dat klontje suiker pakken of wat melk. Daarmee geef je iemand – hoe klein ook – toch een beetje eigen regie. Door bewoners dingen zelf te laten doen en elkaar daarbij te helpen, schep je een andere dynamiek. Zo woont hier een mevrouw wiens ogen slecht zijn. Ze klaagde dat ze zich zo verveelde. Nu helpt ze me iedere week om een grote mand met vaatdoekjes te vouwen. Dat doet ze heel precies, want ze was vroeger naaijuf. Na afloop roept ze steevast dat ze uitkijkt naar volgende week!”
Jannie: “Hetzelfde met een dame die veel op haar kamer zat en weinig ondernam. Ze kon vroeger goed leren, vertelde ze; met name rekenen lag haar wel. Dus pakte ik de braintrainer erbij om samen rekensommetjes te maken. Die sommetjes geven haar iets van haar eigenwaarde terug: zie je wel: er is iets waar ik toen goed in was, en ik kan het nog steeds. Het is voor haar een lichtpuntje in de dag.” Greetje: “En ik maak daar dan graag een foto van. Voor de familie. Ook voor hen is het mooi om te zien dat hun dierbare plezier beleeft.”

Vrijwilligers werken steeds intensiever samen met professionals en bewoners. Een gedeelde kijk op wat voor de bewoner belangrijk is, én goede afstemming hierover, zijn daarbij essentieel om tot passende afspraken en acties te komen.

TIPS

  • Geen enkele methode werkt bij iedereen. Kijk wie wat nodig heeft en faciliteer daarin. Dat geldt zowel voor bewoners als voor vrijwilligers en professionals
  • Ga in gesprek met iedereen die om de bewoner heen staat: Dan weet je ook waar vrijwilligers een aanvulling kunnen bieden.
  • Accepteer dat dingen soms langzamer gaan dan je zou willen: neem de tijd!
  • Een ander ondersteunen is maatwerk. Afstemmen en meebewegen is belangrijk.

Praten aan de hand van fotokaarten

Het kijken naar de persoon en naar wat voor hem of haar kwaliteit van leven is vraagt om het voeren van open gesprekken. Om collega’s en vrijwilligers daarbij te ondersteunen, is de methode Gesprekken met Zorg ontwikkeld. Deze helpt om behoeften, wensen en ervaringen van bewoners en het sociale netwerk op een laagdrempelige manier naar boven te halen. De methode bevat fotokaarten van verschillende thema’s die gaan over de hele persoon, zoals “lichaam & leefgewoonte” en “hobby en ontspanning”. Door samen naar de foto’s te kijken ontstaan er diepere gesprekken en komen er ook lastige onderwerpen aan bod. Yvonne: “Een van de bewoners legde de kaart intimiteit meteen ondersteboven: ‘Hier wil ik het niet over hebben’, zei ze. Dat is dan ook duidelijk – en geeft ons ook waardevolle informatie. Na het bespreken van de fotokaarten wordt er met behulp van de methode gesproken over een plan: wat kan iemand zelf nog, waarbij is ondersteuning nodig en wat kan iemand voor een ander betekenen? Ook wordt besproken wie daarin wat kan betekenen – het sociale netwerk, vrijwilligers, de inzet van technologie of de ondersteuning van professionals. Daarmee ontstaat direct een gedeeld beeld én gezamenlijke richting.

Oefening baart kunst

Een open gesprek voeren is voor sommige collega’s nieuw en best even wennen. Greetje: “Niet iedereen heeft er affiniteit mee. Er waren collega’s en vrijwilligers die dit lastig vonden. Hoe voer je dan zo’n gesprek? Hoe vraag je door? Dat is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Het is geen kunstje. Oprechte belangstelling voor degene die voor je zit is belangrijk, je moet dit gesprek wíllen voeren. Soms help ik iemand een beetje op weg. Zo pakte een bewoner een kaart van een man die voor een berg stond. Waarop mijn collega zei: ‘U houdt zeker van bergen?’ Ik legde haar uit dat dit wellicht iets te kort door de bocht was; het kon immers ook iets heel anders zijn wat de aandacht trok. Dat bleek voor haar een eye-opener.” Tijdens teamdagen oefenen we met het voeren van dit soort gesprekken. Zo leren collega’s en vrijwilligers van én met elkaar, en groeit het vertrouwen om open gesprekken steeds natuurlijker te voeren.

Belangrijke inzichten

Wat zijn de inzichten die Greetje, Jannie en Yvonne vakgenoten zouden willen meegeven?-

  • Jannie: “Kijk vooral goed welke vrijwilliger je voor je hebt. Wat past bij haar of hem? Wat heeft zij of hij nodig om het werk zo goed mogelijk te doen? Dit betekent continue afstemming met elkaar en meedenken. Zo haal je het beste in elkaar naar boven wat de bewoner uiteindelijk ten goede komt. Voor mij als vrijwilliger geldt: ik probeer een beetje kleur te brengen in het leven en ik krijg daar mooie kleuren voor terug.”
  • Greetje: we doen vaak veel te ingewikkeld. Zien te veel beren op de weg. Het besef dat deze mensen niet hun ziekte zijn, helpt om met de voeten op de grond te blijven.”
  • Yvonne: “Laten we oog blijven houden voor wensen van mensen, van hun naasten en met collega’s kijken hoe we hierbij kunnen ondersteunen.”