Mensen willen doorgaans niet veranderen. Hoe zet je en houd je beweging in gang?
Talma Urk begon als klein verzorgingshuis, maar is inmiddels een brede vvt-organisatie die in zes jaar groeide van 240 naar ruim 400 medewerkers, met de hele gemeente Urk als werkgebied. De aanleiding voor Samen was geen crisis van buiten, maar een overtuiging van binnenuit: inhoudelijk kan het beter. Juist met een tekort aan mensen en middelen is het verleidelijk om in taken, routes en indicaties te blijven denken. Talma Urk wilde terug naar de bedoeling: het leven van mensen en wat daarin nodig is om dat zo goed mogelijk voort te zetten.
Samen ontstond dan ook niet achter een bureau. Het is de oogst van een langjarig cultuurtraject: meer dan tien jaar werken aan de omslag van taakgericht naar persoonsgericht, in alle lagen van de organisatie. En van een afstudeeronderzoek binnen de master Leiderschap in persoonsgerichte zorg en ondersteuning, uitgevoerd door initiatiefnemer Louise Romkes-Oeverbeek. Dat onderzoek vertrok vanuit één veranderkundige vraag: mensen willen doorgaans niet veranderen, dus hoe breng je beweging op gang en hoe houd je die op gang?
Het onderzoek was meteen ook het veranderinstrument.
Met tien casuscliënten, een nulmeting en een tussenmeting, en met mantelzorgers, partners en netwerkpartners aan tafel, ontstond Samen door te doen, te luisteren en te leren. Via het lectoraat van Windesheim kwam vervolgens de vraag: jullie doen hier van alles, kunnen we dat onderbouwen en verbreden?
Samen is geen recept maar een kompas: een manier van kijken die zich juist dáárom leent voor opschaling. Dat oordeel is van buitenaf bevestigd. Na een presentatie van de netwerkaanpak gaf de inspectiedienst terug:
We hebben nog niet één keer een organisatie meegemaakt die zo toekomstgericht bezig is met de netwerkgedachte.
Het kan overal, maar de ‘Urk-infrastructuur’ helpt
Ook Talma Urk realiseert zich dat de gemeente unieke kenmerken heeft die meewerken aan het succes van Samen.
- Eén dorp is één gemeente.
Geen versnipperd bestuurlijk speelveld, maar één samenwerkingsverband waarin zorg, welzijn en gemeente al bij elkaar zitten. - Persoonlijke bekendheid.
Medewerkers wonen in het dorp en ‘elk poppetje bij de gemeente is bekend’. Signalen reizen snel en informeel; spanning tussen partners wordt eerder opgemerkt. - Een sterk voorzorgveld.
Dit is het domein vóór de zorg en op Urk draagt het veel. Zo zijn er kerkelijke netwerken met zusterkringen (praktische bezoekgroepen die langsgaan en bijvoorbeeld boodschappen doen). En Urk heeft met Caritas Urk een zeer goed functionerende welzijnsorganisatie, met een groot vrijwilligersbestand. De samenwerking met hen is heel laagdrempelig. - Financiering op basis van vertrouwen.
Talma Urk heeft korte lijnen met de gemeente Urk en krijgt het vertrouwen om buiten de lijntjes te kleuren. Ook rondom casuïstiek wordt nauw samengewerkt. Bijvoorbeeld bij een complexe casus waar een client in de Wmo zit en naar de Wlz moet. Dan wordt er een gezamenlijk huisbezoek gepland om te kijken wat nodig is. Voor deze samenwerking ontvangt Talma Urk een bedrag op basis van vertrouwen en prestatie, met periodieke verantwoording in plaats van fijnmazige productafspraken. Dat geeft ruimte om te doen wat nodig is, niet alleen wat declarabel is. - Een organisatie van het juiste formaat.
Klein genoeg voor korte lijnen. Groot genoeg voor slagkracht en om wijkverpleging, casemanagement, een eigen huishoudelijk team én welzijn in één organisatie te hebben. - Een lange aanloop.
Talma Urk was al tien jaar bezig met het maken van de omslag van taakgericht werken naar persoonsgericht werken. Bij dit traject waren alle medewerkers betrokken, van de directie tot restaurantmedewerker. Dit vormde een goede basis om op verder te borduren met de methodiek Samen. - Een gedeeld mensbeeld.
Het christelijke fundament is op Urk vanzelfsprekend. De waardenbasis onder Samen hoefde hier niet eerst gebouwd te worden.
De Urk-infrastructuur maakt sommige stappen makkelijker.
Maar de kern van Samen: ieder mens, ongeacht leeftijd of beperking is van onschatbare waarde en vanuit díe overtuiging voer je het gesprek is overal te bouwen.
Wat op sommige plekken wel opnieuw moet groeien, is het gewoon-weer-naar-elkaar-omzien. Dorpen en kleinere gemeenschappen hebben die basis vaak nog wel. De grootste opgave ligt in nieuwbouwwijken waar mensen wonen maar elders werken en elkaar niet kennen. Het voorzorgveld moet daar eerst ontstaan voordat het kan meedragen.
De essentie van Samen
Samen is een verbindend kompas voor persoonsgerichte zorg tussen systeemwereld en leefwereld. Het systeem (indicaties, protocollen, functies) is niet leidend, maar nadrukkelijk ondersteunend aan het leven van de cliënt. Daaronder ligt een expliciet mensbeeld, bij Talma Urk christelijk gefundeerd.
Ieder mens krijgt te maken met kwetsbaarheid en niet alles daaraan is op te lossen. Toch blijft ieder mens, júist in die kwetsbaarheid, van onschatbare waarde, niet omdat iemand gezond of productief is, maar omdat ieder mens geschapen, geliefd en gekend is. Daarom begint het gesprek niet bij de aandoening of de indicatie, maar bij de mens: relaties, verlangens en wat voor diegene van waarde is. Medewerkers en mantelzorgers brengen dat zelf in met een eigen woordspel: ‘in Samen zit amen’. We doen ons werk zo goed als we kunnen, en vertrouwen erop dat we het niet alleen hoeven te dragen.
Tegelijkertijd sluit dit nadrukkelijk niemand uit: cliënten en medewerkers met een andere achtergrond zijn welkom, al moeten medewerkers wel weten waar de organisatie voor staat. In een markt met keuzevrijheid ervaart Talma Urk dit ook als onderscheidend vermogen.
Zeven samenhangende ontwerpprincipes
Uit het onderzoek kwamen zeven ontwerpprincipes voort:
- Relaties als fundament
- Leefwereld als vertrekpunt
- Mantelzorg als partner
- Welzijn en zorg in verbinding
- Leren door samen te doen
- Netwerken versterken elkaar
- Gedeeld eigenaarschap voor duurzame verandering
Talma Urk benadrukt dat losse principes overnemen niet werkt. Je kunt de leefwereld pas als vertrekpunt nemen als je de mens en zijn netwerk kent. Je kunt welzijn en zorg niet verbinden zonder relatie en vertrouwen. En duurzame verandering ontstaat niet wanneer één professional of organisatie eigenaar is, maar wanneer partijen samen leren en samen verantwoordelijkheid dragen.
Stap voor stap, op drie niveaus
Samen is bewust niet als groot programma gebouwd, maar jaar voor jaar langs drie pijlers.
Samenwerken (jaar 1) leverde het SPG-team op: Samen Persoons Gericht.
Een klein team met vaste gezichten voor mensen met dementie en cognitieve problematiek, met de aandacht, rust en tijd die reguliere thuiszorgroutes vaak niet bieden.
Samen leren en Samen ontmoeten (jaar 2) legde de nadruk op leren mét mantelzorgers en op het terughalen van ontmoetingsstructuren die tijdens corona waren weggevallen.
Verdieping (jaar 3) verankert de visie op mens, zorg en Samenleving, onder meer via een herziening van missie en visie.
Door de pijlers heen brengt Samen beweging op drie niveaus tegelijk.
- De mens.
Twee eenvoudige hulpmiddelen dragen het gesprek. De eerste is de netwerkpraatplaat Samen (zie hierboven) die fungeert als gespreksinstrument, niet als invulformulier. Het legt uit hoe er wordt samengewerkt en stelt dan de vraag waar het om gaat: wat wilt ú? De tweede is de handreiking Samen op reis door Zorgland. Dit geeft in één blik een helder netwerkbeeld: niet alle familieleden, maar het antwoord op wie is belangrijk voor ú? Inclusief de buurt, de kerk, of de winkel. In één oogopslag wordt zichtbaar waar gaten vallen en pas dán komt de vraag welke professionele inzet daar ingezet kan worden.
Medewerkers leren daarbij een vaste volgorde: wat kan iemand zelf, wat kan de familie, wat kan de buurt, wat kan technologie en pas dan: wat kan de professional? Belangrijke kanttekening uit de praktijk: in één gesprek weet je niet altijd wat iemand echt nodig heeft. Soms weet iemand dat zelf ook niet direct. Vraagverkenning is een proces, geen oppervlakkige intake. Rond dit niveau bouwde Talma Urk een voorliggend veld: een laagdrempelig zorgadviesteam waar iedere Urker terechtkan, ook zonder indicatie. Buurtkamers op drie locaties waar mensen komen voor contact met buurtgenoten en een kopje koffie, niet voor zorg; en preventieve huisbezoeken door de wijkverpleegkundige aan ouderen en complexe huishoudens. Die bezoeken zijn meer dan signalering: er wordt ook verteld hoe de tijd verandert en wat er van mensen onderling verwacht wordt. Ook de verwachtingen van inwoners bijstellen is veranderwerk. - De professional.
Naast het SPG-team trainde Talma Urk het eigen huishoudelijke team een jaar lang in persoonsgericht werken en individuele begeleiding: scholing (bestaande uit een fysiek boek en een e-learning) om zelfstandig door te werken, plus drie dagen scholing door het Mbo gericht op persoonsgerichte zorg. Tevens elke zes weken een reflectiebijeenkomst met de wijkverpleegkundige. De kernvraag is niet meer “wat moet ik overnemen?” maar “wat kan en wil de cliënt nog zelf, en wat doen we samen?”. Bijvoorbeeld samen boodschappen doen in plaats van boodschappen overnemen. Door huishoudelijke hulp, individuele begeleiding en een stukje welzijn te combineren, kan één medewerker meerdere uren bij dezelfde cliënt invullen: zo blijven mensen thuis wonen, en wordt de medewerker een vertrouwd gezicht met een belangrijke signaalfunctie. - Het netwerk.
Gaandeweg ontdekte Talma Urk dat je de leefwereld van de cliënt niet centraal kunt stellen zonder ook de samenwerking eromheen te veranderen. Het gewone leven houdt zich niet aan de grenzen van Wmo, Wlz en Zvw. In casussessies leggen partners de praatplaat in het midden en lopen ze een concrete casus door; per casus blijkt wie de hoofdrol heeft – soms de gemeente, soms welzijn, soms de zorg. Wijkverpleegkundigen en casemanagers werken nauw samen bij de intake; zo komt lichamelijk en sociaal domein samen in één beeld. De wijkverpleegkundige is in elke wijk herkenbaar als regievoerder.
De veranderkundige kern: acht lessen over beweging op gang brengen én houden
Samen komt rechtstreeks voort uit een veranderkundige vraag en dat is te zien aan hoe Talma Urk zelf verandert. Acht patronen keren steeds terug.
- Opleggen werkt niet, omdraaien wel – en dat blijft werk.
Een nieuwe werkwijze zoals de SPG-routes kun je niet van bovenaf invoeren. Veel medewerkers werken twintig jaar of langer bij Talma Urk en zijn gewend te zorgen vóór; de omslag naar eigen regie ondersteunen raakt hun vakidentiteit. Illustratief is de medewerker die, toen een cliënt moest verhuizen naar intensievere zorg, vol onbegrip vroeg: “mensen moeten toch juist langer thuis blijven wonen?!” Achteraf bleek de kern van haar onbegrip niet de verhuizing zelf te zijn, maar dat ze niet betrokken was geweest bij de afweging. De verhuizing pakte goed uit voor de cliënt. De les die Talma Urk trekt is een andere: zonder betrokkenheid bij het besluit is er geen draagvlak, hoe goed het besluit ook is. - Beleid loopt sneller dan de vloer – dat gat overbrug je met een doorlopend gesprek, niet met uitleg.
De gedachten van directie en beleidsmakers ontwikkelen zich langs andere lijnen dan die van de medewerker die er middenin staat. Het gesprek “wat is nu goede zorg?” wordt daarom niet één keer uitgelegd, maar continu gevoerd: in het maandelijkse aandachtsoverleg, in de reflectiebijeenkomsten, in de begeleiding van de teams. Dat is niet alleen scholing, dat zijn de momenten waar de beweging in leven wordt gehouden. - Eigenaarschap ontstaat als mensen het zelf formuleren.
Het SPG-team bepaalde via eigen interviews wat persoonsgericht werken voor hén betekent en kwam zo tot de vijf R’en – rust, regelmaat, reinheid, relatie, respect – die nu de feitelijke werkopdracht van het team zijn. Het zevende ontwerpprincipe in de praktijk: verandering beklijft niet als één afdeling eigenaar is, maar als mensen samen leren en samen verantwoordelijkheid dragen. En het “je steeds opnieuw eigen moet maken” blijft lastig. - Verandering landt niet overal even snel – wees daar eerlijk over.
Het huishoudelijke team pakte de nieuwe manier van werken snel op, met een steile leercurve en veel voldoening. In sommige zorgteams waar nog meer volgens de oude gewoonten wordt gewerkt (“ik doe de zorg, iemand anders doet dat andere”), is het even zoeken binnen de nieuwe manier van werken. Ook binnen de organisatie is de integrale gedachte nog niet overal gedeeld – “er staan zoveel poppetjes bij deze cliënt”, “je hebt toch al huishoudelijke hulp?” Talma Urk zet in op de eigen talenten van alle collega’s en dwingt niet. Alle medewerkers worden gestimuleerd om zelf na de denken wat voor hen het beste past, zodat alle talenten tot hun recht komen. Persoonsgericht werken blijft voor iedereen een vast onderdeel van het werk, maar mét oog voor talent (sterk in aandacht en welzijn, of juist verpleegtechnisch) en levensfase. - Het netwerk verandert niet vanzelf mee.
Zelfs op Urk, waar samenwerking meestal vanzelfsprekend is, gaat het niet vanzelf. Iedere organisatie werkt vanuit zijn eigen belangen en vanuit een besef van dit zijn ‘onze’ cliënten. Organisaties zijn echter geen eigenaar van hun cliënten: ze moeten samenwerken rondóm de client, maar lopen aan tegen de systeemwereld, zoals financieringsstromen en andere belangen. Talma Urk is regelmatig in gesprek met gemeente en welzijnspartners over landelijke verschuivingen tussen Wmo, Wlz en Zvw en over wie waar indiceert. “Die beweging gaat niet automatisch.” Bij Talma Urk merkten ze tijdens reguliere overleggen met betrokken organisaties hoe belangrijk het onderlinge contact en vertrouwen is. Daarom werken ze vanuit periodieke ontmoetingsmomenten, want: na ontmoeten kun je samenwerken. De netwerkplaat wordt hierbij ingezet om stevig de leefwereld van de client als vertrekpunt te kunnen nemen. Daardoor veranderde ook het verhaal op de werkvloer. - Kijk ook vanuit een ander perspectief.
Talma Urk zocht bewust naar de blik van externe partijen. Juist hun invalshoek is waardevol bij het onderzoek naar opschaling: werkt de methodiek Samen ook in een andere regio? Welke onderdelen maken de aanpak kansrijk, ook buiten het eigen werkgebied? Wees niet bang om samen te werken met concurrent collega’s. - Herkenning is alles.
E-learningfilmpjes die in Den Haag waren opgenomen, sloten totaal niet aan bij de mensen op Urk. Eigen filmpjes met eigen mantelzorgers hadden een verrassend groot effect. Voor opschaling betekent dit dat instructiemateriaal lokaal gemaakt of ten minste lokaal aanpasbaar moet zijn. - Gebruik verleden en toekomst als hefboom.
Met de cliënten en netwerkpartners deed Talma Urk een terugblik: we komen uit de verzorgingsstaat, wat is er allemaal veranderd? – en een vooruitblik: hoe ziet u de zorg over vijf jaar? Van daaruit volgt de vraag: en wat hebben wij dan vandaag te doen? Het antwoord wordt niet als plan neergelegd, maar Samen gezocht, weer met de praatplaat als middel. Zo ontstaan gedeelde urgentie en richting van onderop, in plaats van vanuit een beleidsnotitie.
Randvoorwaarden voor opschaling
- Begin bij het gesprek: zo vroeg mogelijk, stap voor stap, met de vraag van de cliënt zelf
- Investeer in de relatie boven het eenmalige gesprek – vraagverkenning is een proces, geen intake
- Begin bij wat iemand zelf, zijn familie en zijn buurt al kan, vóór de professional in beeld komt
- Bij spanning tussen partners: zoek direct het gesprek, op het juiste niveau en zsm na het signaal
- Benut bestaande netwerken (kerken, verenigingen, gemeente) ipv nieuwe structuren optuigen
- Betreke medewerkers vanaf het begin bij besluiten die hen raken, ook als het besluit voor de hand liggend lijkt
- Organiseer de intake integraal en geef de wijkverpleegkundige een herkenbare regierol
- Zoek bekostiging die integraal werken mogelijk maakt: binnen een VPT-constructie is dit aanzienlijk makkelijker dan binnen versnipperde financiering
- Uitgaan van wat de organisatie kan bieden vóórdat is gevraagd wat de cliënt nodig heeft
- Conflicten met partners laten liggen: een verschuiving van rollen, verantwoordelijkheden of geld roept vrijwel altijd een verdedigingsreflex op.
- Nieuwe werkwijzen opleggen aan medewerkers die al jaren anders werken – dat vraagt telkens opnieuw eigen maken, geen eenmalige instructie
- Blind varen op lokale infrastructuur als enige verklaring voor succes, en die evenmin als excuus gebruiken om niet te beginnen
- Materiaal van elders overnemen zonder het lokaal herkenbaar te maken.
Deel je antwoorden op de vragen hiernaast en help samen elkaar verder
Bij Talma Urk zeggen ze: “Wij zijn goed in dingen doen en pas daarna denken we na over hoe we het naar buiten brengen.”
En over opschaling: “Alleen redden we het niet.”
Dit artikel is daarom ook een uitnodiging. De vragen hiernaast zijn op Urk nog niet beantwoord. Wie er elders al mee bezig is, of juiste antwoorden heeft gevonden, helpt de beweging verder.
Wil je antwoord geven op (een van) de vragen of verder praten over de aanpak van Talma of die van jouw eigen organisatie? Neem contact op met van Zorg naar Gewoon Leven via onderstaande button.
Je kunt ook direct contact opnemen met Jantiena Pasterkamp, beleidsadviseur Talma Urk via: jantiena.pasterkamp@talma-urk.nl
Tot slot: de belangrijkste les
“We kunnen niet altijd veranderen wat iemand overkomt, maar we kunnen wel Samen zoeken naar wat in déze situatie nodig is om zo betekenisvol mogelijk te blijven leven.”
Talma Urk benadrukt dat de organisatie niet afhankelijk is van subsidie of erkenning om door te gaan met het ontwikkelen en implementeren van de methodiek Samen: “Met subsidie kan het professioneler, maar we gaan sowieso door met deze beweging.” De onderliggende overtuiging (de intrinsieke waarde van ieder leven, ongeacht leeftijd of beperking) is wat Samen in de kern schaalbaar maakt. Niet omdat elke plek een dorp als Urk is, maar omdat elke organisatie kan beginnen met dezelfde vraag: niet wat wij als zorg te bieden hebben, maar wat er in het leven van deze mens al is, en wat er nog nodig is om dat zo goed mogelijk voort te zetten.