De NNCZ , een coöperatie van zorgorganisaties actief in dorpen en wijken in Groningen en Drenthe (Grijpskerk e.o., Haren e.o., Hollandscheveld e.o., Noordbroek e.o., Vledder e.o. en Hoogeveen) maakt de overstap naar competentiegericht werken. Sinds 1 april 2026 draait hiervoor een experiment op drie van de tien locaties.
Dit artikel destilleert de werkende elementen uit dat experiment en biedt een concrete leidraad voor wie deze aanpak wil opschalen. Goed voorbeeld doet goed volgen, mits je weet hóé.
De essentie van de aanpak
De NNCZ verbindt al jaren formele en informele zorg en gelooft sterk in de kracht van mensen en wederkerigheid: ook kwetsbare mensen kunnen van betekenis blijven voor hun omgeving. Het competentiegericht werken voegt daar een tweede beweging aan toe: medewerkers ontwikkelen zich via een stapeling van competenties in plaats van via één volledige opleiding. De diplomaroute blijft gewoon bestaan; competentiegericht werken komt erbij.
Kernprincipes van de aanpak:
- Werken vanuit competenties in plaats van uitsluitend diploma’s, wat iemand kan, telt.
- Verrijking boven verzwaring: extra competenties verbreden meestal de rol; pas een stapeling leidt tot een zwaardere functie.
- Altijd passend bij de cliëntvraag en de teamsamenstelling, met geborgde begeleiding.
- Zam-Sam als fundament: ‘Zelf Als het Mogelijk is, Samen Als het Mogelijk is’, eerst eigen kracht en technologie, dan het netwerk, dan pas de zorgmedewerker.
- Toegankelijk voor medewerkers én voor het netwerk van bewoners en cliënten, intramuraal én extramuraal.
Van diploma-denken naar competentie in 4 fases
Waar in de klassieke ordening doorgroei vastzit op het ontbreken van een diploma, kiest de NNCZ bewust voor een andere koers. Die omslag vraagt om een ander functiehuis, een andere manier van leren én een cultuur waarin doorlopend ontwikkelen normaal is. Op basis van de ervaringen tot nu toe hebben we onderstaande leidraad opgesteld. De aanpak sluit aan op het regionale project Competentiegericht leren, een samenwerking met onderwijsinstellingen en zorgpartners.
Randvoorwaarden voor opschaling
Je kunt de aanpak niet letterlijk kopiëren, maar je kunt wél de principes overnemen. Dit zijn de cruciale voorwaarden om van een experiment naar een organisatiebrede werkwijze te groeien:
Wel doen
- Start klein en bewust: experimenteer op een beperkt aantal locaties (de NNCZ koos 3 van de 10) om fouten te mogen maken en te leren.
- Trek voldoende tijd uit voor evaluatie (de NNCZ reserveert hier een heel kalenderjaar voor), maar laat de aanloop niet onnodig lang duren.
- Borg ‘wie kan wat’ in systemen, niet alleen in de hoofden van roosteraars; bij uitval of vertrek gaat die kennis anders verloren.
- Onderzoek roosterapplicaties met AI-ondersteuning om de juiste competenties op het juiste moment te plannen.
- Houd doorgroei gekoppeld aan beschikbare formatie: bekwaam worden mag altijd, een zwaardere functie kan alleen bij een opengestelde vacature.
- Werk samen met onderwijs en collega-zorgorganisaties, en betrek externe stakeholders (zorgverzekeraar, inspectie) tijdig.
- Stel een programmamanager aan die niet alleen het primaire proces, maar ook systemen en randvoorwaarden bewaakt.
Niet doen
- Niet alle huishoudelijk medewerkers tot verpleegkundige willen ‘opwaarderen’, het gaat om verrijking, niet om iedereen omhoogstuwen.
- Geen losse handelingen versnipperen over veel cliënten (niet ‘20 deuren langs voor steunkousen’); houd de inzet passend binnen het team.
- Geen ambities oproepen zonder verwachtingenmanagement: ambitiegesprekken wekken verwachtingen, dus wees eerlijk over tempo en onzekerheden.
- De diplomaroute niet afschaffen; de waarde van een diploma blijft onverminderd belangrijk.
- Niet te grote deelnemersgroepen ineens; voorkom teleurstelling als ambities (nog) niet passen bij cliëntvraag en begeleiding.
Wat verandert er voor de organisatie, HR, teams en zorgverleners?
De aanpak raakt meer dan alleen het opleiden. Belangrijke verschuivingen die in het experiment naar voren komen:
- Teamsamenstelling: mogelijk niet langer één team per woongroep, maar grotere eenheden (etage of vleugel) voor meer flexibiliteit en ‘uitruil’.
- HR en registratie: competenties en autorisaties moeten geborgd worden in het personeelssysteem; bredere functieprofielen roepen vragen op over dossiertoegang die je vooraf moet doordenken.
- Rol van de leidinggevende: kan via het leerplein continu volgen of iemand bekwaam en inzetbaar is op een ander niveau.
- Motivatie van medewerkers: uit de ambitiegesprekken bleek dat het zelden om geld gaat, maar om méér kunnen bijdragen aan zorg – én dat een grote groep tevreden is met het huidige werk, wat ook waardevol is.
- Werving: aan de onderkant van het functiehuis is werving snel rond; doorgroei is nodig om de krapte op verzorgend/verpleegkundig niveau op te vangen.
- Systemen: bestaande systemen inrichten op het werken met competenties. Het roostersysteem moet bijvoorbeeld competenties vastleggen en deze matchen aan de hulpvraag.
Geleerde risico’s en valkuilen
- Functie-uitholling: als handelingen breed verspreid worden, kan de vraag opkomen waarom een gediplomeerde meer mag. Ondervang dit met heldere vlieguren, toetsing en het onderscheid verrijking/verzwaring.
- ‘Iedereen wil meer’: in een eerder talenttraject elders voelde men zich na een jaar te goed voor basiswerk. De NNCZ verwacht dit te dempen doordat een grote groep tevreden is met het huidige werk en doordat doorgroei aan formatie gekoppeld blijft.
- Lange doorlooptijd: tussen de ambitiegesprekken en de start van het experiment zat ruim een jaar; dat temperde het enthousiasme van mensen die ‘in de startblokken’ stonden.
- Vrijwilliger versus betaalde kracht: het verschil kan vervagen. In de praktijk van de NNCZ bleek dit minder een conflictpunt dan verwacht, mede doordat vrijwilligers de verplichting van betaald werk missen.
Beoogde resultaten per doelgroep
De evaluatie draait om twee kernvragen: wat vinden bewoners en cliënten van de kwaliteit van zorg, en wat vinden medewerkers van de kwaliteit van hun werk? Daaromheen worden effecten op planning, capaciteit, verzuim en systemen gevolgd. De beoogde opbrengsten per doelgroep:
| Doelgroep | Beoogd resultaat |
| Cliënt/bewoner | Behoud van kwaliteit van zorg; meer continuïteit doordat vertrouwde gezichten (bv. de huishoudelijk medewerker) breder inzetbaar zijn. |
| Zorgverlener | Meer ontwikkelmogelijkheden en werkplezier, ook zonder volledige opleiding; betekenisvoller werk. |
| Netwerk/familie | Heldere rolverdeling via Zam-Sam; eigen kracht en netwerk eerst, zorgmedewerker als aanvulling. |
| Organisatie | Grotere instroom én doorstroom, duurzame inzetbaarheid en een antwoord op de dalende opleidingsinstroom (>20% minder). |
Tot slot: de grootste les
“Vraag niet alleen: welk diploma heb je? Maar: wat kun je, wat wil je leren, en wat heeft de cliënt nodig? Begin klein, durf fouten te maken, en bouw samen verder.”
De kracht van de aanpak zit niet in een nieuw systeem op zichzelf, maar in het vertrouwen dat mensen – medewerkers, netwerk én gemeenschap – samen méér kunnen dan de oude ordening toeliet.